Spring naar content

Fiscaal begrip ‘bouwterrein’ aanmerkelijk verruimd

10 februari 2017

Door een aanpassing van de Wet op de Omzetbelasting 1968 is de definitie van het begrip ‘bouwterrein’ aanzienlijk verruimd. Vanaf 1 januari 2017 wordt grond eerder gekwalificeerd als fiscaal bouwrijp, waardoor btw verschuldigd is. In de dagelijkse praktijk van transacties bij gebieds- en vastgoedontwikkeling kan dit zowel voor- als nadelen opleveren.

Onder de oude regelgeving waren verschillende toetsen bepalend voor de kwalificatie van grond tot bouwgrond. In de nieuwe wetgeving volstaat ‘het voornemen van toekomstige bebouwing’ om onbebouwde grond te laten kwalificeren als bouwterrein. Zo kan een voornemen tot bebouwing al worden vastgesteld doordat een architect een ontwerp maakt of doordat een verkoper zich verplicht de aanwezige bebouwing op een bepaald terrein te slopen. Ook grond die wordt verkocht of geruild in bestaand stedelijk gebied, bijvoorbeeld bij herverkaveling of herontwikkeling, kan eerder als bouwterrein worden gekwalificeerd.

Voordeel van de aangepaste regelgeving is dat bij levering van een bouwterrein eerder recht op vooraftrek van btw ontstaat, zelfs zonder dat er werkzaamheden worden uitgevoerd. In sommige situaties zullen de nieuwe regels echter nadelig zijn. Zo verdwijnt in de overdrachtsbelasting voor verkopers en afnemers het fiscale voordeel bij vroegtijdige levering van grond.

Akro Legal en Akro Finance adviseren opdrachtgevers juridisch en financieel over de gevolgen van deze wetswijziging bij contracten en vastgoedexploitaties.

Onderwerp:

Fiscaal begrip ‘bouwterrein’ aanmerkelijk verruimd

Scroll naar boven