Spring naar content

De nieuwe Omgevingswet: “Op naar een overheid die ‘zorgt dat’!”

12 oktober 2017

Over de nieuwe Omgevingswet en de gevolgen hiervan voor de fysieke leefomgeving wordt veel geschreven, maar duidelijkheid over de daadwerkelijke inwerkingtreding is er niet. In juli heeft de inmiddels demissionair minister Schultz van Haegen nog aangekondigd dat de eerder beoogde ingangsdatum van 1 juli 2019 niet gehaald wordt. Misschien maar goed ook, want de nieuwe Omgevingswet vraagt nogal wat van de overheid…

Discussie Omgevingswet

Veel discussies over de Omgevingswet richten zich direct op de inhoud, voor zover deze al bekend is. Veel spannender is in mijn ogen de menselijke kant van de nieuwe rol van de overheid. In de ‘Praktische handleiding met tips voor implementatie: werken met de Omgevingswet’ wordt de benodigde ‘open overheid’ helder omschreven. De overheid verandert van een overheid die ‘zorgt-voor’ naar een overheid die ‘zorgt dat’. De Omgevingswet faciliteert met haar instrumenten in het kiezen van de veranderende rollen van de overheid ‘loslaten’, ‘faciliteren’, ‘stimuleren’, ‘regisseren’ en ‘reguleren’. Participatie en interacties tussen initiatiefnemers en de overheid spelen een belangrijke rol. De instrumenten van de Omgevingswet moeten ervoor zorgen dat het verloren gegane vertrouwen van de burger in de overheid teruggewonnen en versterkt wordt.

Vertrouwen terugwinnen

In theorie natuurlijk heel mooi, maar dit vertrouwen in de overheid is niet van vandaag op morgen teruggewonnen. En als iets voor de overheid lastig is, dan is het ‘loslaten’. De instrumenten van de Omgevingswet vragen een geheel andere denkwijze van de overheid en het zijn de ambtenaren en bestuurders, die daarvoor moeten zorgen! Ik vraag me sterk af of de overheid over voldoende verbinders beschikt om de instrumenten van de Omgevingswet optimaal te benutten.

Krappe arbeidsmarkt

In de ‘special arbeidsmarkt’ van het tijdschrift Binnenlands Bestuur verscheen recent een artikel met de titel “Run op RO-ambtenaren, krapte voelbaar” (1 september jl.). Door de aantrekkende economie en de vergrijzing van de ambtelijke organisatie hebben gemeenten last van de krapte op de arbeidsmarkt. Dit geldt met name voor mensen die kennis hebben van ruimtelijke ordening, gebiedsontwikkeling en de Omgevingswet. Wat hier goed bij aansluit is de aandacht, die minister Plasterk wil voor het ambtelijk vakmanschap. Zie in dit kader het artikel in Binnenlands Bestuur van 19 september jl.: “Ambtenaren moeten flexibeler en efficiënter”.

Genoeg werk aan de winkel!

Aan de menselijke-/organisatiekant is er de komende jaren dus nog genoeg werk aan de winkel in overheidsland. Laten we dit vooral niet over het hoofd zien bij onze inhoudelijke discussies over de instrumenten van de Omgevingswet! De nieuwe wet wordt immers pas een succes als de instrumenten gebruikt worden zoals ze bedoeld zijn, door mensen die durven loslaten én kunnen verbinden. Daarbij mag niet vergeten worden dat dit ook van de private kant vraagt om bepaalde competenties. Rutte III lijkt dit te omarmen met als motto: “Minder Den Haag, meer Nederland”.

Onderwerp:

De nieuwe Omgevingswet: “Op naar een overheid die ‘zorgt dat’!”

Door:

Scroll naar boven